donderdag 14 juni 2012

Hoe zag men de wereld in de eerste helft van de achttiende eeuw? Een netjes en geordend geheel dat door natuurwetten werd geregeld.
2. Wat wordt er bedoeld met de verlichting? Een eeuw van vooruitgang, mensen kwamen in aanraking met andere ideeën over god en koning
3. De bijbel was niet langer het ijkpunt. Het rationalisme deed zijn in trede? Wat is dat? Het denken met je verstand (je ratio) in plaats van dingen zomaar aannemen.
4. Wat was de lijfspreek van de Franse filosoof Descartes? Cogito ergo sum, dat betekent: ‘Ik denk, dus ik besta.’
5. De eerste encyclopedieen ontstonden. Hoe past dat in deze tijd? Mensen waren heel erg enthousiast over de nieuwe ideeën en wilde ze vastleggen en er meer over weten
6. De schrijvers van de verlichting leken op schoolmeesters die wijze lessen gaven. Leg dit uit. Ze gebruikte niet al te moeilijke taal zodat iedereen het kon begrijpen. En de boeken gingen nieto ver de klassieke of bijbelse helden maar over de burger zelf.
7. Wat zijn de spectatoriale tijdschriften? In de achttiende eeuw populair soort periodieken waarin de figuur van een 'spectator' (toeschouwer) wordt gebruikt om maatschappelijke, godsdienstige en letterkundige zaken te behandelen, hoofdzakelijk in essayvorm.
8. Waarom maakten de schrijvers gebruik van proza tijdens de verlichting? Proza was heel erg toegankelijk en dus makkelijker bereikbaar voor gewone burgers. Het werd dé literaire vor, voor de overgrote middenklasse.
9. Voor wie waren poezie en toneel vooral bestemd? Ze waren bedoeld voor volwassenen maar werden vooral populair onder de jeugd.
10. Waar waren de spectatoriale tijdschriften op gebaseerd? En wat kon je er vooral in lezen? Korte, toegankelijke vlot geschreven artikelen.
11. Er verschenen veel romans in de achttiende eeuw. De aanzet werd gegeven door Engelse schrijver Daniel Defoe. Wat schreef hij en waar ging dit over? Hij schreef een boek over een schipbreukeling die met heel weinig hulpmiddelen toch kon overleven, dat was een overwinning van verstand, vindingrijkheid en doorzettingsvermogen
12. Wat was het doel van de imaginaire reisverhaal? En wat is de naam van het bekendste werk en wie is de schrijver? Het doel was dat het gelezen werd door volwassenen. Gulliver’s Trave;s van Jonathan Swift is de bekendste.
13. Waar is Reize door het apenland van J.A. Schasz een satire op? Op de politieke toestand van Nederland in die tijd.
14. Wat is typerend voor de briefroman?
Het verhaal in een briefroman wordt verteld als personages die elkaar brieven schrijven, deze waren heel bekend voor vrouwen.
15. Wat was het thema van de poezie in die tijd? Lyrische poëzie.
16. Wat kun je lezen in de Proeve van kleine gedichen voor kinderen van Hieronymus van Alphen? Opvoedkundige idealen van verlichting in versjes die de meeste mensen toen uit hun hoofd kende.
17. Wat is specifiek aan het Frans classicisme? Duidelijke, heldere en ordelijke kunst.
18. Waar moest een Franse classicistische tragedie aan voldoen? – het moest net als in de renaissance bestaan uit vijf bedrijven met de drie eenheden van tijd, plaats, en handeling . – De reien werden afgeschaft. Dit waren koorzangen tussen de bedrijven in. Een er mochten geen mongolen gehouden worden. – De held was net als in de renaissance een belangrijk figuur uit de klassieke, bijbelse of vaderlandse geschiedenis. Hij lied zich leiden door zijn verstand (rationalisme)
19. Wat houdt de zedenkomedie in? Een blijspel van de gewoonten en zeden van de gewone burger.
20. In de tweede helft van de achttiende eeuw kwam er een verschuiving. Wat werd belangrijker? Wat heeft de Franse schrijver Jean-Jacques Rousseau hier mee te maken? Hij vond dat de mens zich zo veel mogelijk moest ontwikkelen. Hij vond dat je dat niet alleen met je verstand deed maar ook met je gevoel.
21. Wat houdt sentimentalisme in? Hierbij moesten hyperemotionele onderwerpen de gevoelige snaar bij de mensen raken. De titels van deze boeken spraken boekdelen: Young Night Thoughts on life, death and immortality.
22. Noem een belangrijke Nederlander en Duitser met hun werk en de inhoud. Een Nederlands voorbeeld: Rhijnvis Feith schreef Julia dit was een sentimentele briefroman over de liefde. Duits voorbeeld: Goethe en Schiller maakte Sturm und Drang, dat ging over de natuur, vrijheid, hartstocht en ze voelden zich genieën die eigen wetten opstelden.
2 3. Bekende Nederlandse mensen van de verlichting zijn: Peter Langendijk, Justus van Effen, Aagje Deken en Betje Wolff en Hieronymus van Alphen. Wat is hun belangrijkste werk? -Pieter Langendijk: Het wederzijds huwelijksbedrog.
- Justus van Effen: The spectator ( de Hollandse spectator)
- Aagje Deken: De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart
- Hiëronymus van Alpen: Proeve van kleine gedichten voor kinderen

Deel  1 middeleeuwen

1.       Welke periode was de middeleeuwen? Waar leefden de mensen van? Wie konden er lezen en schrijven?

De Middeleeuwen waren van 500 tot 1500. Ze leefden voornamelijk van de landbouw.            Alleen de geestelijken konden lezen en schrijven.

2.       Vanaf wanneer doken er geschriften op in de volkstaal een soort Middelnederlands?

In de elfde eeuw doken er geschriften op.

3.       Wie waren de eerste schrijvers, waar schreven zij op en waarom was het belangrijk dat ze nauwkeurig waren?

De eerste schrijvers waren monniken. Zij schreven op perkament. Het was belangrijk dat zij nauwkeurig waren omdat het godsdienstige teksten waren,

4.       Waarom stonden er in die tijd geen namen onder het werk?

De makers deden er niet toe. Het was voor hun belangrijk dat alleen god hun naam wist.

5.       Wat betekent theocentrisch?

God was het middelpunt van alles.

6.       Wat betekent orale traditie en wat was vaak het onderwerp de literatuur in de middeleeuwen?

De teksten gingen van mond tot mond, dat was orale traditie. Het onderwerp was vaak een held en zijn geschiedenis en de kenmerken van zijn stam.

7.       Hoe kan het dat veel mondelinge en geschreven literatuur verloren is gegaan?

De mondelinge verhalen gingen verloren omdat zij nooit werden opgeschreven. De geschreven literatuur ging verloren omdat de monniken zoveel eigen invloeden er in voegden, dat de oorspronkelijke tekst er niet meer was.

8.       Welke truc gebruikten de dichters om de teksten te onthouden?

Meerdere malen de zin met de zelfde letter laten beginnen kreeg het geheugen een steuntje.

9.       Vanaf wanneer ontstonden de Karelromans? Over wie gingen ze? En zijn ze echt of fantasie?

De Karelromans ontstonden in de elfde eeuw in Frankrijk. Deze gingen over Karel de  Grote en helden. Ze zijn deels gebaseerd op waarheid, en deels op fantasie.

10.   Wat is epische verdichting?

Er werden allerlei helden daden aan de koning toegeschreven ( dit hoefde hij niet eens zelf verricht te hebben. Hier omheen ontstonden weer nieuwe verhalen.

11.   Wat is het onderwerp van de Karelromans?

Ze gaan over Karel de Grote en de Karellingen.

12.   Wat zijn de belangrijkste kenmerken van Karelromans?

- De verhalen op rijm zijn deels verzonnen en gaan over Karel de Grote.

- De verhouding tussen de leenheer en zijn leenmannen staat centraal

- Belangrijke ridderlijke deugden als moed, kracht en trouw.

- Vrouwen spelen nauwelijks een rol.

13.   Wanneer zijn de Arthurromans ontstaan? Over wie gaan ze en heeft deze man echt bestaan?

Ze zijn ontstaan in de twaalfde eeuw. Deze gaan over koning Arthur. Het is niet zeker of hij heeft bestaan.

14.   Wat is “de ronde tafel”?

Een tafel die rond was. Dit was omdat niemand belangrijker mocht lijken dan de ander.

15.   Beschrijf in het kort wat Arthur, Guinevere en Lancelot met elkaar te maken hebben?

Guinevere is de vrouw van koning Arthur. Zij ging later vreemd met Lancelot.

16.   Wat is “de graal”?

De schaal waarin het bloed van Jezus bij zijn kruisiging is opgevangen.

17.   Wie was de belangrijkste Franse en Middelnederlandse schrijver van de Arthurroman?

Chrétien de Troyes.

18.   Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de Arthurromans?

- Verzonnen verhalen op rijm.

- De ridders maken een zoektocht (queeste)

- Ridders moeten moedig , sterk en hoofs zijn

- De hoofse liefde voor een onbereikbare vrouw is belangrijk.

19.   Wat is een fabel en wat is het doel ervan?

Fabels zijn verhalen waarin dieren handelend en sprekend optreden. Het doel hiervan is de mens een wijze les te lezen.

20.   Waarover gaat de “Roman de Renart”? En waarom werd hij zo populair?

Over een slimme vos Renart. Dit werd populair omdat er op een verkapte manier de draak met de adel en de geestelijkheid werd gestoken.

21.   Waarover gaat lyrische poezie?

De vrouw stond hier, in tegenstelling tot de rest, centraal.

22.   Welke 2 soorten toneel waren er in de middel eeuwen?

- Liturgisch

- Adelijk

23.   Welke 3 soorten geestelijke spelen waren er?

- Mysteriespelen

- Mirakelspelen

- Moraliteiten

Renaissance


1.      Welke periode was de renaissance in Nederland?

1577-1618

2.      Waar en wanneer is de renaissance begonnen? In Noord-Italie, in de 14e eeuw

3.      De maatschappij was niet langer theocentrisch, maar antropocentrisch. Wat betekent dit? God stond niet in het middelpunt, maar de mens

4.      Renaissance betekent in het Frans wedergeboorte. Wat wordt hiermee bedoeld? De glorievolle tijden van de oudheid opnieuw tot leven wekken

5.      Wat hebben ontdekkingsreizen en wetenschappelijke nieuwsgierigheid met de renaissance te maken?

6.      De positie van de schrijver was in de middeleeuwen anders dan in de renaissance. Leg dit uit. Zijn naam stond trots op het titelblad

7.      Wat betekent  ‘ poeta laureatus’? gelauwerde dichter

8.      Wat betekent classicisme? Het imiteren of navolgen van de grote schrijvers uit de klassieke oudheid

9.      Welke Griek en Romein werden vooral door schrijvers bestudeerd? Griek Aristoteles en Romein Horatius

10.   Welke twee genres namen de schrijvers over? Heldengedicht en treurspel

11.   Op welke drie manieren deden ze dat? Door een zo mooi mogelijke vertaling te maken. Door een nabootsing en zo proberen oude meesters te evenaren en door een poging hen te overtreffen.

12.    Voor welk publiek werd de tragedie vooral opgevoerd? Elitair publiek

13.   In welke vorm deden ze dit? In dichtvorm

14.   Aan welke regels moest de tragedie voldoen? Geschreven in dichtvorm. Bestaan uit de vijf bedrijven (expositie, intirge, climax, peripetie). Tussen de bedrijven moest een rei of koor gezongen of gesproken worden.

15.   Noem enkele grote tragedieschrijvers. Shakespeare en Corneille.

16.   Wat is het verschil tussen een komedie en een klucht? Dwe klucht bevatte geen boodschap

17.   Noem enkele bekende komedieschrijvers. Bredero, Moliere

18.   Wat is een epos? Verhalend gedicht van enige omvang en vrij verheven van toon waarin het leven wordt beschreven aan de held

19.   Homerus is de bekendste Griekse eposschrijver. Hij schreef Illias en Odyssee.

Waarover gaan deze verhalen? In de Ilias gaat het over de strijd om Troje en in de Odyssee worden de omzwervingen van Odyssee gedurende zijn terugreis naar huis.

20.   Wat zijn de kenmerken van een sonnet? Gedicht van veertien regels met daarin een inhoudelijke wending

21.   Wat houdt de stroming ‘petrarkisme’ in? Niet klassiek

22.   Wat is de overeenkomst tussen het hoofse minnelied en het petrarkisme? Omdat het thema de onbereikbaarheid van de vrouw is

23.   Emblematiek is een ‘plaatje met een praatje’, wat wordt hier mee bedoeld? Het plaatje was een wijze les in dichtvorm of proza

24.   Wie waren belangrijke emblematakunstenaars in Nederland? Hooft en Cats

25.   Waar was proza de taal van? Van de filosofie

26.   Bekende namen van de renaissance zijn: Cats, Hooft, Van den Vondel en Bredero. Waaruit bestond hun belangrijkste werk? Hooft: warenar en Auluaria. Vondell: Joseph in Dothan en Lucifer en Gijsbrecht van Aemstel. Bredero: Spaanchen Brabander Jeromilo


Literatuurgeschiedenis deel 4, romantiek (1800-1850)

Studievragen


1. Het optimistische geloof in een betere toekomst maakt plaats voor pessimisme. Hoe kwam dit?

Redelijkheid en gezond verstand had niet gebracht wat men ervan verwachtte en daardoor zochten de mensen troost in gevoel en verbeelding.

2. Mensen zochten troost in gevoel en verbeelding. Hoe deden kunstenaars dat?

Ze vluchtten weg uit de echte wereld en schiepen andere werelden waarin ze zich meer op zijn/haar plaats voelden.

3. Wat vonden romantici belangrijke voorwaarden voor kunst?

Originaliteit

4. Welke kunststroom kun je lyrisch noemen en welke didactisch en waarom?

De Romantiek is lyrisch en Verlichting is didactisch, omdat verlichting vooral gericht was op het gezond verstand van mensen en de romantiek meer op emoties en eigen gevoelens gericht was, zonder overdrijving.

5. Het schrijven kon je volgens romantici niet leren, het was een gave. Wat hield die gave dan in? Waar moest je toe instaat zijn?

Diep voelen en een grote verbeeldingskracht bezitten en gewone mensen een blik te gunnen op de onzichtbare werkelijkheid.

6. Soms voelde een schrijver zich een profeet? Wat wordt hiermee bedoeld?

Een ziener die meer zag dan gewone stervelingen.

7. Wat betekent ego-cultus?

Verheerlijking van het eigen ‘ik’

8. Noem 5 opvallende aspecten van de romantische literatuur.

Schoonheid van natuur werd verheerlijkt in natuurlyriek, de belangstelling voor het verleden (historische roman), nationalistische gevoelens (volksliedjes en sprookjes), hang naar het griezelige kreeg vorm in het nieuwe genre van de gothic novel, en humor (gebruikt in poëzie en proza)

9. Natuurlyriek werd vooral veel geschreven in Engeland. Wie zijn de belangrijkste schrijvers hiervan en hoe heette hun bekendste werk.

William Wordsworth en Samuel Coleridge, hun werk heette Lyrical Ballads.


10. Ze schreven het in gewone spreektaal. Wat is hier bijzonder aan?

Het was voor het volk zodat iedereen het kon begrijpen, wat niet standaard was voor de literatuur voor deze tijd.

11. Van wie is de uitspraak ‘A thing of beauty is a joy for ever.’? John Keats

12. Shelley wordt gezien als de grootste romanticus. Wat zijn zijn belangrijkste gedichten?

The cloud, Ode to the westwind, Ode to a skylark

13. Hoe kwam het dat de historische roman in trek kwam?

Er ontstond grote aandacht voor het verleden.

14. Wie is de grondlegger en wat is zijn belangrijkste werk?

Sir Walter Scott, Yvanhoe (1820)

15. Over welke tijd schreef men in Nederland vooral en waarom?

Middeleeuwen, oftewel de 17e eeuw. Het waren roemrijke tijden.

16. Men probeerde met deze romans een fraai evenwicht te bereiken tussen feit en fictie. Wat wordt hiermee bedoeld?

Ze bestuderen eerst geschiedenis boeken, vulden het daarna aan met hun fantasie.

17. Ook was er veel belangstelling voor volkskunst. Hoe kwam dat?

Door de grote belangstelling van het nationale verleden ging men letterlijk de boer op om volksliedjes en sprookjes te schrijven.

18. Wat voor bekend werk hebben de gebroeders Grimm geschreven?

Kinder- und Hausmärchen (1812-1815)

19. Wat is de vertaling van ‘gothic novel’? Wanneer speelden deze verhalen zich af en waar gingen ze over?

Griezelverhalen. Speelden in de middeleeuwen

20. Wie heeft de beroemdste gothic novel geschreven en wat is de titel?

Mary Shelley ‘’Frankenstein’'

21. Hoe heet het bekendste werk van Edgar Allan Poe? Waar gaat het over?

Edgar Allan Poe ‘’The Pit and the Pendulum’’


22. Humor is belangrijk voor de romantici. Waarom?

Een manier om te relativeren.

23. Welke bekende Engelsman maakte hiervan gebruikt?

Charles Dickens

24. Van romantiek was er in Nederland niet veel sprake. Wat verscheen er wel en was erg populair?

Historische romans

25. Door welk tijdschrift werden E.J. Potgieter en Conrad Busken Huet bekend?

De Gids

26. Welke bekend werk schreef Hildebrand?

Camera Obscura

27. Het bekendste werk van Multatuli is de Max Havelaar. Waar over ging deze roman?

Veel elementen uit zijn eigen leven. Uitbuiting, het Indische gewoonterrecht



28. Waarover schreef Piet Paaljes?

Hij dreef de spot over zijn eigen leed

Succes!

zondag 3 juni 2012


GESTOORD

Maria, een vrouw in de 40 die druk, zenuwachtig en zelfstandig is en graag opkomt voor zichzelf.

Ze woont in Amsterdam met haar twee kinderen, Wolf en Merel. Ze heeft een relatie met Geert, de vader van Wolf, maar het gaat niet meer zo goed tussen Maria en Geert. Steve is de vader van Merel maar die komt en verdwijnt weer in het verhaal.



Geert is een betrouwbare man die lui, ongelukkig en een opgever is. Geert drinkt  veel om zijn problemen te vergeten maar blijft lief voor Maria totdat hij haar slaat. Ze heeft abortus gepleegd zonder dat hij het wist. Uiteindelijk verbreekt Maria de relatie omdat ze zijn problemen niet meer aankan. Vijf dagen na de abortus vindt Maria een kaartje in de bus. Het kaartje is een bedreiging die te maken heeft met haar abortus. Ze weet niet van wie het afkomstig is, ze verdenkt Geert. Later komt ze er achter dat Geert zoiets nooit zou doen.



Maria heeft schuldgevoelens over haar abortus en ondertussen worden de bedreigingen steeds. Haar stalker stuurt haar foto’s van ongeboren baby’s. Ze krijgt ook pakje opgestuurd met een dode rat er in. Maria is erg bang door de bedreigingen en besluit om de politie in te lichten. Een paar dagen later gaat   ’s morgens de deurbel en staat er een begrafenisondernemer voor de deur die gebeld zou zijn door Petra Vos, de moeder van Maria die al lange tijd geleden overleden is. De moeder van Maria was een psychopaat. De vrouw aan de telefoon had gezegd dat Maria overleden was. Maria wordt nu heel erg bang en besluit om ook iemand anders in te lichten. Het eerste wat in haar opkomt, is haar zus, waar ze weinig contact mee heeft. Waarschijnlijk is ze alleen bij haar zus veilig. Ze lijkt bereid te zijn ‘goed’ voor haar te zorgen. Haar zus Ans is een onbetrouwbare, ongelukkige, achterdochtige en gevoelloze vrouw. Vroeger was ze heel braaf en stil en ergerde zich altijd aan Maria die volgens haar met niemand rekening houdt en haar eigen gang gaat, ze was vooral jaloers.



Op een gegeven moment brandt het huis van Maria af, ze weet niet wie ze moet verdenken. Volgens Ans is ze depressief en moet onder dwang naar een psycholoog en moet ze in haar oude pension aan de kust wonen. Haar psycholoog is Victor, een collega van Ans. Victor is een rustige, zakelijke en meegaande man. In het begin is Victor zeer bereid om haar te helpen en geeft haar medicijnen die Ans haar verplicht te slikken. Na een tijdje vindt Victor de situatie verdacht worden over haar stalker.



Maria wordt ondertussen ook nog gesteund door Harry, een vriend van haar. Hij is betrouwbaar, kalm, hardwerkend en zelfverzekerd.  Ans kan zijn steun niet uitstaan en vermoordt hem. Uiteindelijk is het Ans die gestoord is. Ze had Maria met een pistool onder dwang in de kofferbak van een auto gestopt.

Uiteindelijk is ze door hun overmeesterd en overgedragen aan de politie.











Een link naar een klein stukje uit een aflevering van, Van god los.

Het gaat over een vrouw die op haar werk een man ontmoet die er ook werkt. Ze worden verliefd op elkaar en gaan samenwonen. De man maakt een fout door afstandelijk te doen tegenover haar en minder met haar bezig te houden. Ze besluit afstand te nemen en verder te gaan. Uit jaloezie vermoordt hij haar nieuwe vriend.



De overeenkomsten zijn dat er een fout wordt gemaakt volgens de ander, er is sprake van jaloezie en poging tot moord wat hier lukt. Ik heb hier gekozen voor een overeenkomst met Ans omdat dit als enige in mij opkwam.