Hoe
zag men de wereld in de eerste helft van de achttiende eeuw? Een netjes en
geordend geheel dat door natuurwetten werd geregeld.
2.
Wat
wordt er bedoeld met de verlichting? Een eeuw van
vooruitgang, mensen kwamen in aanraking met andere ideeën over god en
koning
3.
De
bijbel was niet langer het ijkpunt. Het rationalisme deed zijn in trede? Wat is
dat? Het denken met
je verstand (je ratio) in plaats van dingen zomaar
aannemen.
4.
Wat
was de lijfspreek van de Franse filosoof Descartes?
Cogito ergo sum, dat betekent: ‘Ik denk, dus ik besta.’
5.
De
eerste encyclopedieen ontstonden. Hoe past dat in deze tijd? Mensen waren
heel erg enthousiast over de nieuwe ideeën en wilde ze vastleggen en er meer
over weten
6.
De
schrijvers van de verlichting leken op schoolmeesters die wijze lessen gaven.
Leg dit uit. Ze gebruikte
niet al te moeilijke taal zodat iedereen het kon begrijpen. En de boeken gingen
nieto ver de klassieke of bijbelse helden maar over de burger
zelf.
7.
Wat
zijn de spectatoriale
tijdschriften?
In
de achttiende
eeuw populair soort periodieken waarin de figuur van een 'spectator'
(toeschouwer) wordt gebruikt om maatschappelijke, godsdienstige en letterkundige
zaken te behandelen, hoofdzakelijk in essayvorm.
8.
Waarom
maakten de schrijvers gebruik van proza tijdens de
verlichting? Proza was heel
erg toegankelijk en dus makkelijker bereikbaar voor gewone burgers. Het werd dé
literaire vor, voor de overgrote middenklasse.
9.
Voor
wie waren poezie en toneel vooral bestemd? Ze waren
bedoeld voor volwassenen maar werden vooral populair onder de
jeugd.
10.
Waar
waren de spectatoriale tijdschriften op
gebaseerd? En wat kon je er vooral in lezen? Korte,
toegankelijke vlot geschreven artikelen.
11.
Er
verschenen veel romans in de achttiende eeuw. De aanzet werd gegeven door
Engelse schrijver Daniel Defoe. Wat schreef hij en waar ging dit
over? Hij schreef
een boek over een schipbreukeling die met heel weinig hulpmiddelen toch kon
overleven, dat was een overwinning van verstand, vindingrijkheid en
doorzettingsvermogen
12.
Wat
was het doel van de imaginaire reisverhaal? En wat is de naam van het bekendste
werk en wie is de schrijver? Het doel was
dat het gelezen werd door volwassenen. Gulliver’s Trave;s van Jonathan Swift is
de bekendste.
13.
Waar
is Reize door het apenland van J.A.
Schasz een satire op? Op de politieke
toestand van Nederland in die tijd.
14.
Wat is typerend
voor de briefroman?
Het verhaal in
een briefroman wordt verteld als personages die elkaar brieven schrijven, deze
waren heel bekend voor vrouwen.
15.
Wat
was het thema van de poezie in die tijd? Lyrische
poëzie.
16.
Wat
kun je lezen in de Proeve van kleine gedichen
voor kinderen van Hieronymus van Alphen?
Opvoedkundige
idealen van verlichting in versjes die de meeste mensen toen uit hun hoofd
kende.
17.
Wat
is specifiek aan het Frans classicisme? Duidelijke,
heldere en ordelijke kunst.
18.
Waar
moest een Franse classicistische tragedie aan voldoen? – het moest
net als in de renaissance bestaan uit vijf bedrijven met de drie eenheden van
tijd, plaats, en handeling . – De reien werden afgeschaft. Dit waren koorzangen
tussen de bedrijven in. Een er mochten geen mongolen gehouden worden. – De held
was net als in de renaissance een belangrijk figuur uit de klassieke, bijbelse
of vaderlandse geschiedenis. Hij lied zich leiden door zijn verstand
(rationalisme)
19.
Wat
houdt de zedenkomedie in? Een blijspel
van de gewoonten en zeden van de gewone burger.
20.
In
de tweede helft van de achttiende eeuw kwam er een verschuiving. Wat werd
belangrijker?
Wat heeft de Franse
schrijver Jean-Jacques Rousseau hier mee te maken? Hij vond dat de mens
zich zo veel mogelijk moest ontwikkelen. Hij vond dat je dat niet alleen met je
verstand deed maar ook met je gevoel.
21.
Wat
houdt sentimentalisme
in? Hierbij
moesten hyperemotionele onderwerpen de gevoelige snaar bij de mensen raken. De
titels van deze boeken spraken boekdelen: Young Night Thoughts on life, death
and immortality.
22.
Noem
een belangrijke Nederlander en Duitser met hun werk en de
inhoud. Een Nederlands
voorbeeld: Rhijnvis Feith schreef Julia dit was een sentimentele briefroman over
de liefde. Duits voorbeeld: Goethe en Schiller maakte Sturm und Drang, dat ging
over de natuur, vrijheid, hartstocht en ze voelden zich genieën die eigen wetten
opstelden.
2
3.
Bekende
Nederlandse mensen van de verlichting zijn: Peter Langendijk, Justus van Effen,
Aagje Deken en Betje Wolff en Hieronymus van Alphen. Wat is
hun belangrijkste werk? -Pieter Langendijk: Het
wederzijds huwelijksbedrog.
-
Justus van
Effen: The spectator ( de Hollandse spectator)
-
Aagje Deken: De
historie van mejuffrouw Sara Burgerhart
-
Hiëronymus van
Alpen: Proeve van kleine gedichten voor
kinderen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten